Stroomgebiedsvisies

Achtergrond

Sinds een aantal jaren dringt door dat we anders moeten omgaan met water. Een nieuw waterbeleid doet zijn intrede in Nederland, dat moet resulteren in een duurzame waterhuishouding. Belangrijke principes voor het Waterbeleid van de 21e eeuw zijn:

1. Niet-afwentelen (bestuurlijk, financieel en geografisch en op elk schaalniveau).
Dit vereist regionaal maatwerk. Bij het uitwerken van de strategie voor ‘niet-afwentelen’ moeten ook doelstellingen voor verdrogingsbestrijding, verziltingsbestrijding en verbetering van de waterkwaliteit geïntegreerd worden

2. Drietrapsstrategie vasthouden-bergen-afvoeren.

3. Meer ruimte naast techniek.
Het komt erop neer dat we niet meer alleen vechten tegen water. Uitgangspunt wordt beter omgaan met en inspelen op water. Water moet een sturend principe worden in de ruimtelijke inrichting van Nederland.
Provincies, gemeenten en waterschappen zullen bij de uitvoering ervan een beslissende rol spelen. Om de bescherming tegen water en wateroverlast te vergroten, is veel ruimte nodig voor water. Dit is inmiddels gemeenschappelijk gedachtegoed, maar de uitvoering hiervan zal niet zonder problemen gaan, omdat het consequenties heeft voor gevestigde belangen.

Op 14 februari 2001 is de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw getekend door het Rijk, de provincies, de VNG en de Unie van Waterschappen. In het kader van deze startovereenkomst moeten stroomgebiedsvisies opgesteld worden. Een stroomgebiedsvisie geeft een lange termijn beeld van de ruimtelijke ordening vanuit principes voor een duurzaam watersysteem. Belangrijke principes zijn de kwantiteitstrits VBA en het verbeteren van de waterkwaliteit. Op provinciaal niveau hebben overheden deze startovereenkomst verder uitgewerkt en werkt men aan de uitwerking van stroomgebiedsvisies.

De stroomgebiedsvisie is een bouwsteen voor het streekplan. De input voor de stroomgebiedsvisie bestaat onder meer uit te hanteren normen en waterkansenkaarten. Hieraan wordt gewerkt door de waterschappen.

De milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu staan achter de uitgangspunten van WB-21 en ziet daarin kansen voor natuur, milieu en landschap, zoals
1. Het versterken van natuurwaarden.

2. Het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit, waaronder het openhouden van waardevolle gebieden.

3. Duurzaam waterbeheer in stedelijk gebied. (‘anders omgaan met regenwater’).
Deze kansen zullen echter niet vanzelf verzilverd worden. De principes van WB-21 zijn mooi, maar de uitvoering ervan is een tweede. Er zijn allerlei hobbels te overwinnen, zoals tegenstrijdige belangen. Ook binnen de ‘natuurlijke’ achterban van de milieufederaties bestaan verschillende meningen over de concrete uitwerking van WB-21. De Provinciale milieufederaties zien het als hun taak om een coördinerende rol te spelen in het groene netwerk op provinciaal niveau, en zien voor zichzelf onder meer als taak om bij te dragen aan het creëren van randvoorwaarden om kansen voor natuur, milieu en landschap te verzilveren.